ZOEKEN
E-FACTUREREN
VOOR
ACCOUNTANTS- EN
ADMINISTRATIEKANTOREN
Fou-Khan Tsang en Tonny Dirkx
Colofon:
Deze publicatie is kosteloos te bestellen en te downloaden op e-factureren.info
ECP-EPN heeft Fou-Khan Tsang RA (Alfa Accountants en Adviseurs) en ir. Tonny Dirkx (Full•Finance Consultants) gevraagd deze publicatie te schrijven. Deze is vervolgens tot stand gekomen in nauwe samenwerking de beroepsorganisaties NIVRA en NOvAA, de kantoren BDO, ERNST & YOUNG, KPMG, PWC en de kantoororganisatie SRA.
Het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Financiën en de Belastingdienst hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze publicatie door financiering en door te participeren in de Expertgroep Awareness e-Factureren.
Ricoh Nederland sponsort de layout, het drukwerk en de verspreiding van deze publicatie omdat ze van harte de doelstellingen ervan onderschrijft: accountants- en administratiekantoren attenderen op de mogelijkheden die het elektronisch uitwisselen van facturen de samenleving biedt om administratieve lasten te verlagen en fouten te voorkomen.
Ricoh Nederland is leverancier van producten en diensten op het gebied van IT & Document Solutions en biedt naast hoogwaardige multifunctionals en printers, innovatieve documentoplossingen om informatie binnen en tussen organisaties te optimaliseren.
Voorwoord
ECP-EPN heeft Fou-Khan Tsang RA (Alfa Accountants en Adviseurs) en ir. Tonny Dirkx (Full•Finance Consultants) gevraagd deze publicatie te schrijven. Bij het schrijven zijn zij actief ondersteund door de beroepsorganisaties NIVRA en NOvAA, de kantoren BDO, ERNST & YOUNG, KPMG, PWC en de kantoororganisatie SRA.
ECP-EPN is een onafhankelijk platform waar overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kennis uitwisselen en samenwerken om de kansen die de informatiesamenleving biedt te benutten en bedreigingen weg te nemen. Zo realiseert het platform doorbraken en creëert het de juiste randvoorwaarden
Elektronisch factureren ziet ECP-EPN als één van die kansen voor de informatiesamenleving. Het digitaliseren van gegevensstromen tussen organisaties zal een belangrijke bijdrage leveren aan het versterken van de internationale concurrentiepositie van ons land. ECP-EPN heeft dan ook al jaren meegewerkt aan de totstandkoming van internationale afspraken op het gebied van e-business.
ECP-EPN wil bijdragen aan een doorbraak van elektronisch factureren. Met dat doel is het “Stakeholdersoverleg e-Factureren” in het leven geroepen. Dit overleg brengt partijen uit bedrijfsleven, overheid en wetenschap samen, die een voortrekkersrol spelen bij elektronisch factureren. Door dat overleg kunnen zij hun activiteiten afstemmen. Op advies van dit overleg is de Expertgroep Awareness e-Factureren in het leven geroepen, die kennis over e-Factureren bundelt en verspreidt.
ECP-EPN bedankt de Expertgroep Awareness e-Factureren en het Stakeholdersoverleg voor hun ondersteuning bij het tot stand komen van deze publicatie. En zeker ook haar participant Ricoh Nederland voor de sponsoring van de opmaak, het drukken en het aanbod de publicatie kosteloos te verspreiden.
Deze publicatie is, zonder kosten, te downloaden of te bestellen via www.e-factureren.info
Inhoud
1 E-factureren voor accountants- en administratiekantoren in één oogopslag
1.1 Doel van deze publicatie
1.2 De rol van de accountant
1.3 De opzet van dit boekje
2 De digitale samenleving
2.1 Wat is e-factureren?
3 Fiscaal juridische aspecten
3.1 De elektronische factuur
3.2 De inhoud van de elektronische factuur
3.3 Bewaarplicht
3.4 Het uitbesteden van het facturatieproces en self billing
3.5 Internationaal
4 De elektronische factuur
4.1 Verschijningsvormen
4.1.1 Door de mens lees- en interpreteerbare elektronische facturen
4.1.2 Door de computer lees- en interpreteerbare elektronische facturen
4.1.3 Combinatie
4.2 Modellen van elektronisch factureren
4.2.1 Biller direct / direct billing of ook wel seller direct model
4.2.2 Buyer direct model
4.2.3 Consolidator Model:Three Corner of Four Corner
4.2.4 Direct processing / EDI
4.2.5 Self billing
5 Het verzenden van elektronische facturen
5.1 Zelf doen of uitbesteden
5.1.1 Onderneming gaat facturen zelf verzenden
5.1.2 Onderneming besteedt het verzenden van facturen uit
5.2 Administratieve organisatie en interne beheersing
5.2.1 Acceptatie van elektronisch factureren door de klant
5.2.2 Juistheid en Volledigheid van brondata
5.2.3 E-facturen daadwerkelijk verzonden dan wel ontvangen
5.2.4 Afhankelijkheid van de geautomatiseerde gegevensverwerking
6 Het ontvangen en verwerken van e-facturen
6.1 Overwegingen bij het ontvangen van e-factureren
6.2 Administratieve organisatie en interne beheersing
6.2.1 Authenticiteit en integriteit
6.2.2 Archivering
7 Gevolgen voor het accountantskantoor
7.1 Administratieve dienstverlening
7.2 Samenstelpraktijk
7.3 Advies
Bronnen
1 E-FACTUREREN VOOR ACCOUNTANTS- EN ADMINISTRATIEKANTOREN IN ÉÉN OOGOPSLAG
1.1 DOEL VAN DEZE PUBLICATIE
Deze publicatie ‘E-factureren voor accountants- en administratiekantoren’ helpt accountants, administrateurs en andere (financiële) intermediairs en adviseurs die in aanraking komen met ondernemers die elektronische facturen gaan verzenden dan wel ontvangen. Ook al is de publicatie bedoeld voor deze brede groep, kortheidshalve zal steeds gesproken worden van “accountant”. Waar wordt gesproken over “accountantskantoor” wordt dan ook het “administratiekantoor” bedoeld.
Deze publicatie is een vervolg op het boekje ‘E-Factureren voor het bedrijfsleven’, dat gericht is op ondernemers. Met de publicatie die u nu in handen heeft, kunt u antwoord geven op vraagstukken waarmee de ondernemer bij u komt, zoals fiscaal-juridische vragen en vragen rondom het verwerken van de facturen in de administratie. Deze publicatie gaat niet in op de controle- en assurance problematiek. Voorlichting daarover behoort tot de verantwoordelijk van de beroepsorganisaties van accountants. Aan informatie over die onderewerpen wordt op dit moment (eind 2009) gewerkt.
Bovengenoemde publicaties zijn gericht op het versturen en ontvangen van e-factureren in Nederland. De Nederlandse regels voor e-factureren zijn vooruitstrevend. Er zijn op dit moment (oktober 2009) nog geen Europese of wereldwijde afspraken over e-factureren. Wel zijn er vele ontwikkelingen. De Europese Commissie maakt zich sterk voor harmonisatie en vereenvoudiging van de regelgeving omtrent e-factureren. De verwachting is dat Nederlandse regels (sterk) zullen gaan aansluiten op deze en andere internationale ontwikkelingen.
1.2 DE ROL VAN DE ACCOUNTANT
Naar onze verwachting zult u als accountant de komende jaren bij de uitvoering van uw werkzaamheden steeds vaker te maken krijgen met e-factureren. In eerste instantie in uw rol van adviseur: wanneer bedrijven en organisaties u vragen te adviseren over het verzenden, ontvangen en verwerken van elektronische facturen. U zult dan tekst en uitleg moeten geven over de impact op de administratieve organisatie en interne beheersing en over de fiscale eisen, want die zijn er ondanks de vereenvoudiging nog steeds. Daarnaast zullen elektronische facturen ook invloed hebben op de wijze waarop u uw werkzaamheden uitvoert, zowel in de administratieve dienstverlening als in de samenstelpraktijk. Of vraagt u straks bij de cliënt gewoon een papieren, geprinte kopie op? Kortom, u zult hoe dan ook geconfronteerd worden met het fenomeen van e-factureren.
1.3 DE OPZET VAN DIT BOEKJE
Met behulp van dit boekje willen wij u voorbereiden op deze confrontatie, waarbij wij ons voornamelijk richten op uw rol als adviseur en de gevolgen voor de administratieve dienstverlening en de samenstelpraktijk. Misschien moeten we in deze context concreet spreken van de MKB-markt.
In hoofdstuk 2 willen wij vooral ingaan op de fiscale en juridische aspecten van e-factureren. Zoals eerder aangegeven, is de fiscale regelgeving recentelijk sterk vereenvoudigd. Deze vereenvoudiging betekent echter wel dat er meer verantwoordelijkheid wordt verwacht van de ondernemer rondom e-factureren.
In hoofdstuk 3 behandelen we de verschillende verschijningsvormen van de e-facturen en gaan we in op de voor- en nadelen en risico’s. Hierbij wordt tevens ingegaan op de verschillende technische standaarden die er zijn voor e-factureren.
Het verzenden, ontvangen en verwerken van elektronische facturen staat centraal in de daaropvolgende twee hoofdstukken. Welke gevolgen heeft dit voor de dagelijkse praktijk bij de cliënt? Hoe moeten de administratieve organisatie en interne beheersing worden ingericht en op welke wijze kunnen elektronische facturen worden gearchiveerd? Hierbij zullen we tevens ingaan op de impact van e-factureren op de dienstverlening door het accountantskantoor.
Eerder is – zoals vermeld – ‘e-Factureren voor het bedrijfsleven’ verschenen. Dit boekje vormt daarop een vervolg. Wij hebben getracht om hier zoveel als mogelijk op aan te sluiten, zowel qua jargon als wat betreft de gehanteerde methodiek. Daarbij hebben wij als uitgangspunt wel steeds u, de accountant, als lezer genomen.
Tonny Dirkx en Fou-Khan Tsang
2 DE DIGITALE SAMENLEVING
In het afgelopen decennium is onze wereld sterk veranderd; onze wereld is in hoge mate gedigitaliseerd, zowel zakelijk als in de privé-omgeving. We kijken vandaag de dag digitale televisie, we fotograferen digitaal, we bellen digitaal (VoIP, Skype), we luisteren naar digitale muziek, we lezen een digitale krant of boek, we communiceren steeds vaker digitaal (mail, chat, twitter) en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
De ontwikkeling naar ‘steeds meer digitaal’ is in de zakelijke omgeving langer gaande. Het bedrijfsleven had namelijk al veel eerder haar (logistieke) processen gedigitaliseerd door de ingebruikname van ERP-systemen. Maar ook de processen tussen bedrijven werden gedigitaliseerd middels EDI-berichtgeving. Feitelijk spreken we dan van ketendigitalisering.
Toch is er in zowel de privé-sfeer als de zakelijke markt een proces dat nog steeds grotendeels via papier verloopt. De schattingen hierover lopen wat uiteen, maar in Nederland worden jaarlijks ongeveer 1 miljard facturen verzonden. Na al die volledig digitale processen komt er ergens nog een keer een factuur uit een printer rollen. Deze wordt in een envelop gedaan, gefrankeerd en vervolgens naar de afnemer opgestuurd. Bij bedrijven maken die facturen een reis door de organisatie van stapel naar stapel, om uiteindelijk goedgekeurd, ingevoerd en betaald te worden. Voert het bedrijf niet zelfstandig zijn administratie, dan is de kans zelfs groot dat de factuur twee keer handmatig wordt ingevoerd: door de ondernemer in het telebankiersysteem en door de accountant of het administratiekantoor in de financiële administratie. Bij particulieren wordt de factuur ontvangen en in het telebankiersysteem ingevoerd en betaald.
Eigenlijk heeft de papieren factuur dus maar een kort leven. Hij wordt meteen weer gedigitaliseerd en verdwijnt vervolgens voor zeven jaar, op papier, in een map. En dat alles dus 1 miljard keer per jaar. Deze slag, van digitaal naar papier naar weer digitaal, is eigenlijk een beetje onlogisch en kost daarbij ook geld. Een logische stap zou dus zijn om over te gaan op een elektronische wijze van factureren, waardoor de slag van digitaal naar papier naar digitaal kan worden voorkomen. Wij spreken dan over elektronische facturen of e-factureren.
De afgelopen jaren, mede door de toename van verkopen op het internet, zien we de elektronische factuur in de consumentenmarkt in aantal snel groeien. De banken zijn daarnaast begonnen om de elektronische factuur te integreren met telebankieren voor de consumentenmarkt.
De vraag rijst nu al snel waarom e-factureren niet veel eerder een veel grotere vlucht heeft genomen? Wij denken dat dit komt door de perceptie van technische complexiteit, gebrekkige standaardisatie en de vele vragen die er leven rondom beveiliging en wet- en regelgeving. In het bijzonder in de fiscale wetgeving werden er aanzienlijke eisen gesteld aan e-factureren. Echter, op 12 februari 2009 kondigde staatsecretaris De Jager een aanzienlijke verlichting aan van de vereisten rondom e-factureren. De verwachting is dan ook dat nu de regelgeving aanzienlijk is vereenvoudigd, e-factureren in 2009 en 2010 een grote vlucht zal nemen.
2.1 WAT IS E-FACTUREREN?
In hoofdstuk 3 zult u ontdekken dat elektronisch factureren zeer veel verschijningsvormen kent. Van een factuur in PDF-formaat tot aan zeer technische formaten, die feitelijk alleen door computers te lezen zijn. Wij willen e-factureren daarom als volgt definiëren:
‘E-factureren is het proces van het elektronisch verzenden van een factuur, die vervolgens elektronisch kan worden verwerkt en opgeslagen.
Met deze omschrijving benadrukken wij dat e-factureren een proces is, dat onderdeel is van een informatiestroom en dat e-factureren onderdeel is van een keten. Daarnaast benadrukt deze definitie dat de voordelen zowel aan de kant van de verzender liggen als aan de kant van de ontvanger.
In de praktijk komen er echter ook hele andere vormen van e-factureren voor, die strikt genomen niet onder deze definitie vallen. Denkt u dan bijvoorbeeld aan een factuur in PDF-formaat die per e-mail is verzonden en bij de afnemer wordt ontvangen. Een nadeel van deze werkwijze is dat de voordelen vooral bij de verzender van de factuur liggen. De ontvanger kan namelijk een PDF-factuur meestal niet direct digitaal verwerken (ook al komen daar ook mogelijkheden voor: zie paragraaf 4.1.3.)
Het is goed op te merken dat onze aandacht zich richt op het verzend- en ontvangproces van e-facturen. Zo zijn er bijvoorbeeld ook ondernemingen die ervoor kiezen om papieren facturen bij binnenkomst te scannen en dan geautomatiseerd te verwerken. Feitelijk zetten zij een papieren factuur om in een e-factuur. Hierop gaan wij in dit boekje niet in. De wijze van verwerking van papieren facturen in een onderneming, staat namelijk los van de vraagstukken rondom het verzenden en ontvangen van e-factureren.
3 FISCAAL JURIDISCHE ASPECTEN
In dit hoofdstuk willen wij ingaan op de fiscaal juridische aspecten van elektronisch factureren. Naar onze mening zullen cliënten de accountant of het administratiekantoor daarvoor benaderen. De regelgeving is voornamelijk opgenomen in de Wet op de omzetbelasting indien het gaat om inrichtings- en vormvereisten van de elektronische factuur. Daarnaast is met betrekking tot de bewaarplicht artikel 52 van de Algemene Wet Rijksbelastingen relevant. Zoals aangegeven, is door het ministerieel besluit van 12 februari 2009 recentelijk de fiscale regelgeving over elektronische facturen aangepast.
3.1 DE ELEKTRONISCHE FACTUUR
In artikel 35 van de Wet op de omzetbelasting wordt gesteld dat de ondernemer zorg moet dragen dat ‘…door zichzelf dan wel, in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn afnemer of derde, een factuur wordt uitgereikt’. En dat conform lid 4 ieder document of bericht dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur, geldt als factuur.
Artikel 35 lid 1 stelt dat facturen zowel op papier als elektronisch mogen worden uitgereikt, – onder voorbehoud van aanvaarding door de afnemer – en dat zij dus elektronisch mogen worden verzonden. Conform lid 2 worden de elektronische facturen echter alleen aanvaard wanneer de authenticiteit van herkomst en de integriteit van inhoud ervan kunnen worden gewaarborgd. Volgens de wet kan dit op de volgende drie wijzen:
+/-»
2. een elektronische uitwisseling van gegevens (EDI)»
3. een andere methode»
Zoals aangegeven is met het ministeriële besluit van 12 februari 2009 de regelgeving over elektronische facturen aangepast. Deze aanpassingen hebben onder andere betrekking op de bovenstaande vereisten rondom de authenticiteit en integriteit. In het ministerieel besluit is dit als volgt beschreven:
“De Belastingdienst wil deze regels voor elektronische facturen sterk vereenvoudigen door aan te sluiten bij de manier waarop ondernemers het elektronisch factureren zelf toepassen. In de praktijk bestaat behoefte aan een verruiming van het huidige wettelijke kader voor elektronische facturen. Door deze maatregel kunnen ondernemers efficiënter gebruik maken van de mogelijkheden van elektronisch factureren. Ook in Europees verband is de noodzaak onderkend om de huidige belemmeringen voor elektronische facturering op te heffen en een elektronische factuur dezelfde status te geven als een papieren exemplaar. Dit betekent dat voor zowel de papieren als voor de digitale factuur de verzending niet meer is gebonden aan wettelijke eisen/methoden……. Vooruitlopend op een wijziging van onderdeel c van artikel 35b, tweede lid, van de wet en met inachtneming van het richtlijnvoorstel COM(2009)21, keur ik daarom het volgende goed:
Goedkeuring
Ik keur goed dat de elektronische wijze van opmaak en versturen van de factuurgegevens vorm- en middelvrij kan plaatsvinden. Ik keur ook goed dat de verplichting om het gebruik van de genoemde andere methode aan de inspecteur te melden, vervalt.
In de praktijk valt bij die andere methode te denken aan bedrijfsspecifieke elektronische apparatuur voor het maken en versturen van elektronische facturen of aan het per e-mail versturen van facturen, die bijvoorbeeld de vorm van een PDF-bestand krijgen.”
Door het ministeriële besluit is het opmaken en versturen vorm- en middelenvrij geworden. De vraag is echter of de eis rondom de authenticiteit en integriteit is komen te vervallen.
Het volgende hierover: de factuur zelf is vorm- en middelenvrij geworden, maar er gelden uiteraard nog steeds eisen aan de transactie. Kortom u mag zelf weten of u uw facturen beveiligt, en hoe u dat doet. Als u maar kunt laten zien dat de factuur werkelijk door de verzender is gestuurd (de factuur is authentiek) en niet is veranderd (de factuur is integer). Een ondernemer die een e-factuur ontvangt zal – overigens net zoals in de situatie bij ontvangst van een papieren factuur – moeten vaststellen of de onderliggende transactie met de onderliggende leverancier heeft plaatsgevonden. Uiteraard is dat in het belang van de ondernemer. Hij wil alleen facturen betalen waaraan een daadwerkelijke transactie door de leverancier aan ten grondslag ligt. De keuze is aan de ondernemer (en zijn leveranciers/ klanten) hoe hij deze check doet. Dat kan door gebruik te maken van bijvoorbeeld een geavanceerde elektronische handtekening bij de factuur, maar ook door de vergevorderde AO/IB-maatregelen in zijn onderneming. Voor kleine organisaties is het vaak voldoende om naast de factuur andere documenten te bewaren. Bijvoorbeeld de offerte, opdrachtbevestiging en het bewijs van betaling. Grotere organisaties kiezen vaak voor een technische oplossing. Bijvoorbeeld een geavanceerde elektronische handtekening.
Het vervallen van de eisen aan de elektronische factuur zelf houdt een sterke vereenvoudiging in, die het gebruik van elektronische facturen zal stimuleren. Nadeel is wel dat dit extra risico’s met zich meebrengt voor de ontvangers van elektronische facturen. Partijen zullen nog steeds moeten vaststellen of de factuur authentiek en integer is. In hoofdstuk 4 en 5 gaan wij in op de mogelijke maatregelen hiertoe.
Artikel 35 lid 1 stelt dat facturen zowel op papier als elektronisch mogen worden uitgereikt onder voorbehoud van aanvaarding door de afnemer. Voor 12 februari 2009 was hierbij sprake van een expliciete aanvaarding door de afnemer. Deze aanvaarding moest de verzender ook vastleggen in zijn administratie. Met het nieuwe besluit is de expliciete aanvaarding komen te vervallen en feitelijk omgezet naar een impliciete aanvaarding:
“Elektronische verzending van een factuur is alleen toegestaan als dit wordt aanvaard door de afnemer. De leverancier (de ondernemer die aan de afnemer goederen levert of diensten verricht) kan dit vooraf met zijn afnemer overeenkomen. Als de afnemer zonder commentaar de factuur verwerkt en betaalt, wordt hij geacht de elektronische verzending van de factuur te hebben aanvaard.”
We kunnen vaststellen dat de wetgever er voor gekozen heeft om de regelgeving te vereenvoudigen, waarbij hij feitelijk de verantwoordelijkheid terug heeft gelegd bij de ondernemer om een en ander goed in te richten. In de hoofdstukken 4 en 5 zullen wij nader hierop ingaan.
3.2 DE INHOUD VAN DE ELEKTRONISCHE FACTUUR
Iedere factuur moet conform artikel 35a van de Wet op de omzetbelasting minimaal een aantal verplichte vermeldingen bevatten. Dit zijn onder andere de datum van uitreiking, een opeenvolgend factuurnummer, het BTW-identificatienummer van de leverancier en de afnemer, de naam en het adres van de ondernemer en zijn afnemer, de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten, het toegepaste tarief en het te betalen bedrag van de belasting. De vereisten over de inhoud zijn voor de papieren factuur en de elektronische factuur identiek. Zie publicatie ‘e-factureren voor het bedrijfsleven’ (pagina 17).
Een elektronische factuur is soms vervaardigd in een zodanig technisch formaat, dat deze geoptimaliseerd is voor uitwisseling tussen computers. Maar tegelijkertijd minder eenvoudig door mensen kan worden gelezen. Het is dan wel van belang dat u uw cliënt kunt aantonen dat de factuur voldoet aan de door artikel 35a gestelde vereisten.
3.3 BEWAARPLICHT
De bewaarplicht van facturen is geregeld in artikel 35c van de Wet op de omzetbelasting en is een nadere concretisering van artikel 52 van de Algemene Wet Rijksbelastingen. In artikel 35 lid c is vastgelegd dat iedere ondernemer kopieën bewaart van de door hem uitgereikte en ontvangen facturen. De authenticiteit van herkomst en de integriteit van de inhoud, evenals de leesbaarheid moeten gedurende de gehele bewaartermijn (7 jaar) gewaarborgd worden. Bij elektronische facturen moeten eveneens de gegevens die betrekking hebben op de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud worden bewaard.
Ook bij e-facturen geldt nog steeds dat de ondernemer binnen een redelijke termijn e-facturen beschikbaar moet kunnen stellen aan de Belastingdienst.
U moet de Belastingdienst duidelijk kunnen maken wat er met de factuur is gebeurd. Van bestelling tot betaling, en archivering van de factuur. Daarom moeten zender én ontvanger alle gegevens van de factuur bewaren. Dit houdt in dat u bij de elektronische factuur ook bijvoorbeeld de offerte, opdrachtbevestiging en bewijs van betaling moet bewaren in uw archief. Kortom, de volgende punten zijn van belang:
- Facturen bewaart u in de vorm waarin u ze hebt ontvangen. Een e-factuur print u dus niet uit, maar slaat u elektronisch op.
- Bewaar ook de elektronische handtekening als u deze ontvangen hebt.
- Facturen bewaart u 7 jaar; daarop zijn enkele uitzonderingen.
- De ontvanger van de factuur moet controleren of de factuur wel klopt. Hij gaat bijvoorbeeld na of de goederen of diensten inderdaad besteld en ontvangen zijn. De uitkomsten van deze controle moet hij bewaren.
Ook eisen rondom de leesbaarheid blijven gehandhaafd. Het is belangrijk te vermelden dat nieuwe versies van software niet altijd ‘downward compatible’ zijn; dit betekent dat oudere bestanden niet meer uitgelezen kunnen worden. Het is daarom van belang om bij overgang naar andere software – maar ook naar nieuwere versies van bestaande software en hardware – te onderzoeken of aan de verplichting van leesbaarheid kan worden voldaan. Conversie is daarbij onder voorwaarden toegestaan. Zie hiertoe ook de brochure van de Belastingdienst ‘Uw geautomatiseerde administratie en de fiscale bewaarplicht’ .
3.4 HET UITBESTEDEN VAN HET FACTURATIEPROCES EN SELF BILLING
De mogelijkheid bestaat om het facturatieproces uit te besteden aan derden of om de afnemer de leverancier te laten factureren (self billing). Bij elektronisch factureren zien wij vaak dat bedrijven een gespecialiseerd bedrijf (Billing Service Provider) in de hand nemen, dat zorg draagt voor het elektronisch factureren en de ondersteunende technische infrastructuur. Conform artikel 35 is dit ook mogelijk, maar de ondernemer blijft altijd eindverantwoordelijk voor de juiste wijze van factureren en de afdracht van omzetbelasting. Om die reden is het belangrijk dat wanneer uw cliënt zijn facturatieproces uitbesteedt aan een Billing Service Provider, hij wel controleert of de facturatie voldoet aan alle wettelijke vereisten.
Een specifiek aandachtspunt in deze situaties is de bewaarplicht. De verzender van de factuur zal dit regelen met zijn Billing Service Provider. Echter de bewaarplicht geldt evengoed voor de ontvanger (zie voorgaande paragraaf). Veelal kent de ontvanger van de factuur de afspraken tussen de verzender en de Billing Service Provider niet. De ontvanger mag er niet vanuit gaan ‘dat het wel goed zit’. Hij van zijn kant zal ook aan de bewaarplicht moeten voldoen en daartoe afdoende maatregelen treffen.
Wettelijk is het ook mogelijk om de afnemer de factuur te laten opmaken ten behoeve van de leverancier (self-billing). Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een leverancier voorraad houdt bij zijn afnemer en deze op basis van gebruik de leverancier factureert. Aan deze wijze van factureren stelt de wet wel de volgende eisen:
- tussen beide partijen, leverancier en afnemer, is vooraf in een akkoord overeengekomen dat de afnemer de factuur opmaakt;
- als de leverancier de factuur niet wenst te aanvaarden, moet hij de afnemer tijdig van zijn bezwaren in kennis stellen. In dat geval verliest de factuur haar werking als factuur. De leverancier moet dan zelf een factuur uitreiken, tenzij partijen alsnog overeenstemming bereiken over het herstel van de (eventuele) onjuistheden in de factuur en de afnemer een verbeterde of aanvullende factuur uitreikt;
- de factuur voldoet aan alle in of krachtens de wet gestelde eisen.
Bovenstaande eisen gelden zowel voor papieren als voor elektronische facturen.
3.5 INTERNATIONAAL
Op grond van de Achtste richtlijn is het tot 1 januari 2010 voor buitenlandse ondernemers niet mogelijk teruggaaf van omzetbelasting te vragen met gebruikmaking op grond van elektronische facturen. Dit geldt ook voor Nederlandse ondernemers die in een andere lidstaat op grond van de Achtste richtlijn teruggaaf vragen.
Richtlijn 2008/9/EC d.d. 12 februari 2008 zal de bestaande Achtste richtlijn met ingang van 1 januari 2010 vervangen. Op grond van de Achtste richtlijn (en vanaf 1-1-2010 dus Richtlijn 2008/9/EC) wordt – op verzoek – teruggaaf van omzetbelasting verleend aan ondernemers die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat zijn gevestigd. Voor ondernemers die buiten de EU zijn gevestigd geldt niet de Achtste richtlijn (om omzetbelasting in de EU terug te vragen) maar de Dertiende richtlijn. De Dertiende richtlijn wordt nog niet aangepast. Dat betekent in principe dat het voor buiten de EU gevestigde ondernemers ook na 1 januari 2010 niet mogelijk zal zijn om bij het verzoek om teruggaaf van omzetbelasting gebruik te maken van elektronische facturen.
4 DE ELEKTRONISCHE FACTUUR
In het voorgaande hoofdstuk hebben we gezien dat de fiscus besloten heeft om de elektronische factuur vorm- en middelenvrij te maken. Maar welke vormen van elektronische facturen zijn er dan en wat wordt bedoeld met middelen?. In dit hoofdstuk gaan wij in op de verschillende vormen – liever spreken wij van verschijningsvormen – van elektronische facturen. Dit is van belang omdat de verschillende verschijningsvormen voor- en nadelen hebben waarover u uw cliënten zult moeten informeren. Hetzelfde geldt voor de verschillende middelen waarmee c.q. manieren waarop elektronische facturen worden verzonden. Daarbij prefereren wij ‘modellen van elektronisch factureren’ als woordkeus boven ‘middelen van elektronisch factureren’.
4.1 VERSCHIJNINGSVORMEN
In de inleiding hebben wij elektronisch factureren als volgt gedefinieerd:
‘E-factureren is het proces van het elektronisch verzenden van een factuur, die vervolgens elektronisch kan worden verwerkt en opgeslagen.
Zoals opgemerkt in paragraaf 2.1. voldoen niet alle hieronder beschreven verschijningsvormen aan deze definitie. Immers, deze definitie impliceert dat een elektronische factuur ook elektronisch verwerkt kan worden, wat betekent dat de factuur door een computer ‘gelezen’ en geïnterpreteerd moet kunnen worden. Deze verschijningsvormen kunnen vaak weer niet of zeer moeilijk door de mens gelezen (en geïnterpreteerd) worden. Dus zien we in de praktijk vaak dat er verschijningsvormen worden gecombineerd: één die door de mens gelezen en geïnterpreteerd kan worden en één die door de computer gelezen en geïnterpreteerd kan worden. Langs deze tweedeling willen wij ook de verschillende verschijningsvormen van elektronische facturen behandelen.
4.1.1 DOOR DE MENS LEES- EN INTERPRETEERBARE ELEKTRONISCHE FACTUREN
De meest primaire vorm van een elektronische factuur is een gescande papieren factuur. Vaak is de factuur dan omgezet in een grafisch bestand, zoals GIF,TIFF of JPEG. Duidelijk is dat een dergelijke factuur niet elektronisch kan worden verwerkt door de ontvanger. Immers, er is niets anders gebeurd dan dat er een digitale foto is gemaakt van het papieren origineel.
Daarnaast kunnen elektronische facturen uiteraard ook opgeslagen worden in de formaten van tekstverwerkingsprogramma’s of spreadsheets. Nadeel van facturen in deze formaten is dat deze eenvoudig aan te passen zijn door de ontvanger en dat de integriteit van de factuur dus niet gewaarborgd is. Vaak zijn deze formaten wel te beveiligen met een wachtwoord, maar deze voldoen niet aan de vereisten van een elektronische handtekening. Ook zijn deze formaten vaak niet in te lezen en te interpreteren door andere systemen, omdat de informatie niet duidelijk gestructureerd is.
De meest voorkomende verschijningsvorm van een door de mens leesbare elektronische factuur is het portable document format (PDF). Dit formaat, dat ooit ontwikkeld is door Adobe, is een open standaard (ISO 32000) en was primair ontwikkeld om documenten te digitaliseren en leesbaar te maken op verschillende computerplatformen. Belangrijk voordeel van het PDF-formaat is, dat het te beveiligen is tegen het veranderen van de inhoud en dat het voorzien kan worden van een (geavanceerde) elektronische handtekening. Toch voldoet het PDF-formaat niet aan onze definitie van een elektronische factuur, omdat deze meestal niet elektronisch door een ander computersysteem gelezen en geïnterpreteerd kan worden (zie paragraaf 4.3.1.). Maar voor de business-to-consumer (B2C) markt is de werkwijze van e-facturen met bijvoorbeeld PDF-formaten wel zeer geschikt. Het kunnen verwerken van de e-factuur op elektronische wijze is daar immers helemaal geen issue.
4.1.2 DOOR DE COMPUTER LEES- EN INTERPRETEERBARE ELEKTRONISCHE FACTUREN
Bij door de computer lees- en interpreteerbare elektronische facturen zijn er feitelijk twee groepen verschijningsvormen. Dat zijn de zogenaamde UN/EDIFACT(Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport)-standaarden enerzijds en de standaarden gebaseerd op Extensible Markup Language (XML) anderzijds.
4.1.2.1 UN/EDIFACT
De UN/EDIFACT-standaard is ontstaan in 1987 toen er behoefte ontstond om internationaal afspraken te maken over de standaardisatie van het elektronische berichtenverkeer. Het beheer van de standaarden is ondergebracht bij de Verenigde Naties. In deze standaard is een groot aantal definities vastgelegd voor verschillende vormen van elektronische gegevensuitwisseling, waaronder ook elektronische facturen. Daarbij moet worden opgemerkt dat er verschillende definities zijn voor elektronische facturen onder EDIFACT, omdat deze vaak branche- of bedrijfstakgeoriënteerd zijn. De EDIFACT-standaarden worden veelal gebruikt binnen logistieke ketens waarbij de elektronische factuur slechts één onderdeel is van het totale elektronische berichtenverkeer.
Bron van verwarring is de meer recente standaard “UN/CEFACT”, beoogd opvolger van UN/EDIFACT, waarvan de ontwikkeling in 2009/2010 in de afrondende fase terecht is gekomen. UN/CEFACT en EDIFACT zullen waarschijnlijk nog lange tijd naast elkaar blijven bestaan.
4.1.2.2 Extensible Markup Language (XML)
Extensible Markup Language (XML) is in de eerste plaats een technisch formaat om op een gestructureerde wijze informatie tussen computers uit te wisselen dan wel op te slaan. Er zijn zeer veel toepassingen van XML. Een voor u waarschijnlijk bekende toepassing is XBRL, waarmee het mogelijk is om financiële verantwoordingsinformatie tussen computers uit te wisselen.
Voor elektronische facturen wordt in sommige omgevingen gekeken naar de Universal Business Language (UBL)-standaard. UBL is één van de nadere invullingen van XML. Daarmee is een bibliotheek opgesteld van elektronische berichten voor zakelijk gebruik zoals inkooporders, facturen enz.
De Nederlandse overheid heeft een voorkeur uitgesproken voor UBL 2.0 bij het ontvangen van elektronische facturen. Die keuze is echter genuanceerd. Het “Convenant van samenwerking tussen overheid en markt ter bevordering van het elektronisch factureren aan de overheid, d.d. 7 april 2009” stelt:
“Overheidspartijen dragen er zorg voor dat e-facturen op basis van het uitwisselingsformaat UBL 2.0 en op basis van een aantal andere in de marktsector toegepaste uitwisselingsformaten kunnen worden ontvangen en verwerkt. …”
(Artikel 3).
Met andere woorden: de voorkeur van de overheid gaat uit naar UBL, maar de overheid accepteert ook andere, in branches gangbare. formaten. Zoals GS1 in de retail of de SETU-standaard in de uitzendbranche. Zie hiertoe verder: http://e-factureren.info/wp/?p=3907.
De overheid sorteert met de keuze voor UBL 2.0 voor op de toekomst: op termijn zal UBL 2.0 immers migreren naar UN/CEFACT , de opvolger van UN/EDIFACT (zie vorige paragraaf en e-factureren.info).
Zie ook de publicatie ‘E-factureren voor het bedrijfsleven’ pagina 47.
4.1.3 COMBINATIE
In de praktijk zien we ook e-facturen waarbij de formaten gecombineerd worden. Let op: dit mag niet leiden tot twee facturen. Als er namelijk sprake is van 2 facturen – ook al zijn dat in uw ogen identieke facturen – dan kan de Belastingdienst 2 keer btw innen.
Een rechtsgeldige combinatiewerkwijze is die waarbij een intelligent PDF-bericht een leesbare factuur biedt, waaruit factuurgegevens in XML geëxtraheerd en ingeboekt kunnen worden.
Zie hiertoe: PDF en XML voor rechtsgeldig elektronisch factureren
4.2 MODELLEN VAN ELEKTRONISCH FACTUREREN
Er zijn niet alleen verschillende vormen van de elektronische factuur, maar ook verschillende manieren van verzenden. Of beter nog: modellen van verzenden.. De keuze van het juiste model is belangrijk en is mede afhankelijk van de rol die uw cliënt speelt binnen de keten en van wie de ontvanger(s) is c.q. zijn van de elektronische facturen.
Is er sprake van een keten waarin één klant of één leverancier een machtspositie inneemt? Is er sprake van een keten waarin al veel elektronische afstemming onderling plaatsvindt?
Wat zijn in de keten de belangrijkste klanten van de onderneming? Welk model zou de onderneming zelf willen toepassen? Dit zijn vragen die de onderneming vooraf moet beantwoorden.
Wanneer een onderneming kiest voor het gaan verzenden van e-facturen, kan één van onderstaande modellen als uitgangspunt worden genomen.
Zie ook: modellen, e-factureren.info
Vervolgens heeft de onderneming de keuze om het verzenden van elektronische facturen zelf te doen, dan wel dit uit te besteden aan een Billing Service Provider. Hier wordt later op ingegaan in hoofdstuk 4.
4.2.1 BILLER DIRECT / DIRECT BILLING OF OOK WEL SELLER DIRECT MODEL
In het biller direct model neemt de onderneming het initiatief om e-facturen aan klanten te sturen. Dit kan in de vorm van e-mailberichten, al dan niet voorzien van een bijlage. De onderneming kan er ook voor kiezen om klanten een notificatie te sturen, waarbij gevraagd wordt de factuur op te halen van de website van de onderneming.
Het biller direct model wordt voornamelijk gebruikt in de consumentenmarkt (B2C), waarbij één onderneming verkoopt aan een groot aantal klanten. De investering en ook de besparingen liggen hierbij bij de ondernemer/de biller. Vaak wordt er ook een financiële prikkel gegeven aan klanten die op elektronische wijze de facturen willen ontvangen. De verschijningsvorm is bij dit model vrijwel altijd door de mens leesbaar en interpreteerbaar, bijvoorbeeld de vorm van een PDF.
Dit model zien we bijvoorbeeld terug bij mobiele telecomaanbieders; zij verstrekken de klanten gratis elektronische facturen, maar voor een papieren factuur moet vaak extra betaald worden.
4.2.2 BUYER DIRECT MODEL
In het buyer direct model legt één klant (ontvanger van facturen) e-facturering op aan zijn leveranciers. De klant heeft een machtspositie in de keten en verlangt dat (vele) leveranciers hun factuurgegevens (en vaak ook andere gegevens) elektronisch bij hem aanleveren. Dit model werkt alleen bij ondernemingen met een grote machtspositie, die in staat zijn om elektronisch factureren af te dwingen. De klant zal in dat geval ook het formaat waarin aangeleverd dient te worden, afdwingen. En hoewel in dit geval zowel de leverancier als de afnemer investeren, zal het voordeel vooral bij de afnemer liggen.
Dit model zien we vooral terug bij dominante marktpartijen met een groot aantal toeleveranciers. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld de automobielindustrie en de levensmiddelenbranche.
4.2.3 CONSOLIDATOR MODEL:THREE CORNER OF FOUR CORNER
In dit consolidator model zorgen één of meer derde partijen (tussenliggende platforms) er voor dat facturen van meerdere leveranciers aan meerdere klanten worden gepresenteerd of toegezonden. Het is daarmee een model dat veel kopers en veel verkopers aan elkaar verbindt. Voordeel aan de verzendingskant is dat de consolidator vaak de technisch complexe zaken rondom autorisatie en beveiliging regelt. Voor de ontvanger is het een voordeel dat hij één gesprekspartner heeft voor al zijn facturen. De leverancier is in dit model minder zichtbaar dan in een biller direct model.
Een Billing Service Provider die meerdere aanbieders en ontvangers met elkaar verbindt is zo’n consolidator: er is dan sprake van een three corner model. Er is naast de zender en ontvanger één derde partij betrokken bij het e-factureren: de BSP. In Nederland is er op dit moment een groot aantal Billing Service Providers actief; ook loopt er een initiatief waarbij geprobeerd wordt of het mogelijk is om e-facturen tussen BSP’s uit te wisselen.
Het four corner model is een vorm van het consolidator model, waarin banken of Billing Service Providers van verzender en ontvanger een centrale rol spelen. De factuur van de verzender wordt naar de bank / BSP van de verzender gestuurd en vervolgens naar de bank / BSP van de ontvanger, de klant. De klant kan in zijn eigen online bankomgeving (indien de bank als BSP wordt gebruikt) vervolgens elektronische facturen accorderen en betaalbaar stellen, maar hij kan deze ook parkeren, archiveren, printen en importeren. Voordeel van deze methode is dat banken vaak al een zeer beveiligde infrastructuur kennen voor online bankieren. Voordeel voor de ontvanger van de factuur is dat hij deze direct betaalbaar kan stellen zonder gegevens handmatig over te nemen. Door de rol van de banken is tevens de authenticiteit en integriteit van de factuur gewaarborgd.
In Nederland hebben de banken de zogenaamde “Digitale Nota” geïntroduceerd waarbij particulieren binnen de telebankierwebsite van de bank kunnen aangeven van welke ondernemingen zij een elektronische factuur willen ontvangen. De facturen komen dan automatisch naar voren in het telebankierpakket en kunnen daar ook direct betaalbaar worden gesteld. Inmiddels zijn er ook proeven gestart voor de uitwisseling van facturen tussen ondernemers.
4.2.4 DIRECT PROCESSING / EDI
Direct processing is het model waarbij factuurgegevens door middel van gestructureerd dataverkeer rechtstreeks tussen bedrijven of Billing Service Providers worden uitgewisseld. Ontvangen (EDI-)berichten worden automatisch verwerkt in de transactieprocessen en -systemen van betrokken partijen. EDI omvat meer dan het uitwisselen van factuurgegevens, zo bevat het bijvoorbeeld ook logistieke informatie. Vaak wordt direct processing toegepast binnen een bepaalde bedrijfsketen, het voordeel ligt hierbij zowel bij de leverancier als bij de afnemer.
4.2.5 SELF BILLING
Ondernemingen zullen meestal zelf de factuur uitreiken. Bij self billing laat een onderneming dat echter over aan zijn klanten. De klant stelt dan de verkoopfactuur op voor zijn leverancier. In het voorgaande hoofdstuk hebben wij kunnen lezen dat de leverancier wel fiscaal aansprakelijk blijft voor de factuur. Self billing komt voornamelijk voor in omgevingen waarbij er een zeer hechte samenwerking bestaat tussen leverancier en afnemer.
5 HET VERZENDEN VAN ELEKTRONISCHE FACTUREN
In dit hoofdstuk gaan wij in op het verzenden van elektronische facturen. In veel gevallen zal een onderneming zelf de afweging maken of het op elektronische wijze verzenden van facturen zinvol is. Hoewel wij in het vorige hoofdstuk ook gezien hebben dat er modellen zijn waarin de onderneming feitelijk wordt gedwongen om over te gaan op elektronisch factureren.
Een handig hulpmiddel bij de overweging om over te gaan op e-factureren is de Check List E-factureren uit het boekje ‘E-factureren voor het bedrijfsleven’ (pagina 53 ev.). De belangrijkste stappen hebben wij hier opgenomen:
- Wat zijn de gevolgen voor het optimaliseren van uw factuur(verwerkings)proces voor andere processen die niet direct met factureren te maken hebben: inkoop, logistiek, voorraadbeheer, etc.? Welke processen zijn dat en op welke manier moet u met deze gevolgen rekening houden?
- Oriënteer u bij uw eigen, en ook een of meerdere andere, softwareleveranciers. Kunnen de mogelijkheden voor optimalisatie gerealiseerd worden met de ICT die u op dit moment gebruikt? Zo nee: is er dan maatwerk nodig of heeft u voldoende aan standaardfunctionaliteit?
- Ga in gesprek met uw medewerkers: welke veranderingen staan hen te wachten wanneer u knelpunten gaat oplossen en optimalisatie probeert te bereiken. Waar ligt de weerstand? Hoe gaat u rekening houden met deze weerstand?
- Bij veranderingen in de manier van factureren zult u nooit alle klanten of leveranciers in een keer meekrijgen. Gevolg is dat u misschien met verschillende soorten facturen te maken krijgt. Hoe wilt u, bij het verzenden en ontvangen van elektronische facturen, omgaan met verschillen tussen klanten en leveranciers?
- Ga in gesprek met de zakelijke partners van wie u het meest afhankelijk bent bij het realiseren van uw optimalisatie en het oplossen van knelpunten. Niet alleen om draagvlak te krijgen voor uw ideeën, maar ook om na te gaan hoe u het beste gegevens kunt uitwisselen (kunnen systemen direct gegevens uitwisselen, zijn er service providers die daarbij kunnen bemiddelen?). Welke ontwikkelingen zijn er in uw branche wat betreft gegevensuitwisseling? En ten slotte: u moet afstemmen welke gegevens u gaat uitwisselen, of organisatorische processen op elkaar moeten worden afgestemd, en er moet besloten worden welk formaat gekozen wordt bij de uitwisseling van gegevens. Welke mogelijkheden voor samenwerking komen daaruit naar voren? Welke investeringen zijn daarbij noodzakelijk? Wat betekenen deze gesprekken voor uw plannen voor optimalisatie en het oplossen van knelpunten?
- Ga in gesprek met uw accountant of administratiekantoor over de mogelijkheden om financiële, fiscale of juridische risico’s te beperken. Wat zijn de aandachtspunten bij het beperken en beheersen van deze risico’s? Lees daarbij eventueel hoofdstuk 4 voor meer achtergronden.
- Wat is het toekomstbeeld dat u voor ogen staat na deze gesprekken?
- Bereken de businesscase met de
Businesscase calculator - Maak een projectplan: wat zijn de doelen die u wilt bereiken, wat is het tijdpad? Hoe beheerst u eventuele risico’s? Wat zijn de afhankelijkheden?
Wij zullen niet verder ingaan op deze checklist en ons beperken tot de vraagstukken rondom de interne administratieve processen van een onderneming die nodig zijn voor het verzenden van elektronische facturen. Daarbij gaan we in op de huidige situatie binnen de onderneming, de nieuwe situatie bij het toepassen van e-factureren, de gevolgen daarvan voor processen bij de onderneming en we gaan in op uw rol als accountant.
5.1 ZELF DOEN OF UITBESTEDEN
Wanneer een onderneming kiest voor het gaan verzenden van e-facturen, kan de onderneming een van de modellen uit hoofdstuk 4 als uitgangspunt kiezen. Afhankelijk van het model heeft de onderneming de keuze om het verzenden van elektronische facturen zelf te doen, dan wel om dit uit te besteden aan een Billing Service Provider.
5.1.1 ONDERNEMING GAAT FACTUREN ZELF VERZENDEN
Voor dit boekje gaan wij er vanuit dat de onderneming geautomatiseerd is met een financiële of ERP-applicatie. Veel financiële of ERP-applicaties kennen op dit moment al de mogelijkheid om facturen aan te maken in PDF-formaat. In de praktijk is er echter een gestaag groeiende behoefte om hiervan ook een XML-, UBL- of ander elektronisch formaat te kunnen maken, dat direct kan worden verwerkt in het administratieve pakket van de ontvangende partij. Dat is meteen de eerste eis die gesteld wordt. Maar de applicatie zal (idealiter) ook aan andere eisen moeten voldoen; enerzijds om de controleerbaarheid door de Belastingdienst en de accountant te ondersteunen en anderzijds om een efficiënte werkwijze mogelijk te maken. Een aantal van deze eisen is dus niet zozeer administratief van karakter, maar veeleer procesmatig. Deze eisen zullen wellicht moeten worden geïncorporeerd in pakketten rondom het administratieve pakket, zoals een workflow- of dossiertoepassing en/of een specifiek e-factureringspakket.
De volgende eisen (en wensen) kunt u meenemen bij de selectie van een administratief/e-factureringspakket:
- de factuur bevat alle verplichte gegevens, maar deze eis geldt uiteraard voor papieren facturen ook al;
- het pakket ondersteunt het aanmaken van diverse standaardformaten voor e-facturen;
- het pakket voorkomt dat er verschillen zijn tussen de informatie die in de diverse formaten wordt gepresenteerd (m.a.w. het moet niet mogelijk zijn dat een XML-factuur een ander bedrag presenteert dan de bijbehorende PDF-factuur);
- de facturen moeten ten minste 7 jaar bewaard kunnen worden; het pakket kent daartoe een koppeling met bijvoorbeeld e-dossiertoepassingen. Van daaruit moeten facturen binnen een redelijke termijn beschikbaar kunnen zijn voor de Belastingdienst;
- het pakket maakt gebruik van open (of breed in de markt geaccepteerde) technische standaarden voor koppelingen. Immers, hoe opener het pakket, hoe meer mogelijkheden er zijn voor uitwisseling met andere pakketten;
- het pakket ondersteunt technische mogelijkheden om authenticiteit en integriteit van de factuur te waarborgen;
- het pakket kent mogelijkheden om te voldoen aan zwaardere e-factureringseisen die gelden voor andere Europese landen;
- het pakket biedt de mogelijkheid om een derde (denk daarbij aan accountant of Belastingdienst) toegang te geven tot het pakket in verband met controledoeleinden;
- het pakket ondersteunt een optimale werkwijze rondom het verzenden van facturen en maakt het bijvoorbeeld mogelijk om:
- de factuur via een workflow ter fiattering intern voor te leggen aan de verantwoordelijken; het fiat wordt op een elektronische wijze gegeven en vastgelegd in het systeem;
- de factuur (op de door de klant gewenste wijze) toe te sturen;
- gegevens uit het CRM-systeem te gebruiken om de factuur juist te adresseren (zowel ten behoeve van e-mail als voor het klaarzetten ervan in de portal/op de eigen website) en efficiënt te verzenden;
- in het pakket vast te leggen welke facturen wanneer aan wie verzonden zijn of op de portal worden ingezien;
- een e-factuur op een eenvoudige wijze (groepsgewijs) toe te sturen aan een derde partij (zie eerdergenoemde modellen);
- facturen groepsgewijs op te stellen en op de gewenste/juiste datum te verzenden (in verband met BTW-perioden voor BTW-terugvraag);
- directe betalingsmogelijkheid
- mogelijkheid tot herzien van facturen
- automatisch aanmanen
- vastleggen van vraen en reacties bij een factuur;
Als we dit rijtje aan eisen zien, dan ligt het voor de hand om een onderneming in elk geval te adviseren om hiervoor niet zelf een pakket te gaan ontwikkelen. Ook maatwerk op het huidige pakket ontwikkelen, is geen aanrader. Voor ondernemingen zijn hier belangrijke nadelen aan verbonden, te weten: de hoge ontwikkelkosten van een systeem/maatwerk om te e-factureren en om de authenticiteit en integriteit van de factuur te waarborgen. Uiteraard kan er wel worden gezocht naar standaardsoftware die aan deze eisen voldoet. Deze software kan zowel worden aangeschaft (in licentie) als worden gebruikt middels een gebruiksrecht (ASP/SaaS-oplossing).
Leveranciers die een pakket bieden voor e-factureren, hebben de waarborgen voor authenticiteit en integriteit van facturen doorgaans in hun pakketten opgenomen. Daarnaast bieden de meeste aanbieders de mogelijkheid om het e-factureringssysteem aan de bestaande administratieve systemen te koppelen. Ook kan er voor worden gekozen om zaken als herinneringen, aanmaningen en opdrachtbevestigingen te integreren. En soms kan zelfs de betaling worden ondersteund.
Ten slotte: omdat e-factureren nog relatief nieuw is, is de markt volop in beweging. Het belangrijkste advies dat u een onderneming kunt geven, is om te kiezen voor een open systeem. Op dit moment is er geen enkel pakket dat de standaard vormt in de markt. De markt is gewoonweg nog niet rijp.
Een steeds vollediger en gedetailleerder overzicht van administratieve pakketten en de functionaliteit die ze aanbieden kunt u vinden op: leveranciersprofielen, e-factureren.info
5.1.2 ONDERNEMING BESTEEDT HET VERZENDEN VAN FACTUREN UIT
Bovenstaand hebben we gelezen dat de onderneming zelf software kan aanschaffen of kan huren/gebruiken om facturen te versturen; het is echter ook mogelijk het volledig e-factureringsproces uit te besteden aan een Billing Service Provider (BSP).
U als accountant kunt de onderneming helpen bij de keuze van een BSP. Daarbij kunt u min of meer dezelfde criteria aanhouden als die in paragraaf 5.1.1 zijn genoemd bij de pakketkeuze. Er is wel een aantal bijzonderheden. Billing Service Providers kunnen – afhankelijk van de door hen geboden dienstverlening – het proces van aanmaken, verzenden, en presenteren van facturen voor hun rekening nemen, tot en met het afhandelen van klantvragen, sturen van herinneringen, aanmaningen en dergelijke.
De onderneming stelt de factuurgegevens beschikbaar aan de service provider. Let in deze processtap ook op de authenticiteit en integriteit van de factuur. Bij de verschillende modellen beschreven in paragraaf 4.2 kunnen de onderneming en de klant door datacommunicatie toegang krijgen tot de facturen bij de service provider na identificatie en authenticatie. Het is mogelijk dat meerdere service providers (denk aan het four cornermodel, paragraaf 4.2.3) een rol vervullen binnen het factureringsproces. In dat geval vormt de integriteit van de factuur een extra aandachtspunt: vanaf het moment van uitreiking door de leverancier tot en met het moment van ontvangst door de leverancier mogen er geen wijzigingen plaatsvinden.
in de zin van artikel 2, lid 2, van richtlijn nr. 1999/93/EG van Europees Parlement en de Raad van Europese Unie van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PbEG 2000, L 13);
Belangrijk in dit kader is om te weten wat er wordt verstaan onder een geavanceerde elektronische handtekening. De geavanceerde elektronische handtekening bestaat uit gegevens over de ondertekenaar en een certificaat van een certificaatdienstverlener. Aan de geavanceerde handtekening wordt een aantal vereisten gesteld:
- zij is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;
- zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
- zij komt tot stand met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden;
- zij is op zodanige wijze aan het elektronische bestand waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;
- zij is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat, dat voldoet aan strenge eisen zoals gesteld in de Telecommunicatiewet;
- zij is gegenereerd door een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen (bijv. smartcard).
Zie ook: www.e-overheid.nl
EDI wordt voornamelijk gebruik voor het elektronisch berichtenverkeer tussen ‘bekende’ ondernemingen. Veelal is er sprake van 1-op-1-relaties of aansluiting op een dienst, waarbij alle verzenders en ontvangers bekend zijn bij deze dienst.Powered by Hackadelic Sliding Notes 1.6.3
Een voorbeeld hiervan is een onderneming die facturen voor klanten klaarzet in een portal. Een klant wordt genotificeerd via bijvoorbeeld een sms of e-mailbericht. De klant kan dan inloggen op de portal en facturen inzien of ophalen.Powered by Hackadelic Sliding Notes 1.6.3